Menopauze/overgang onderwerpen
Overgangsjaren en postmenop.
Kwaliteit van leven
Osteoporose
Hartvaatziekten
Oncologie
Huid & zintuigen
Seks & seksualiteit
Psychologische symptomen
Lopende studies
Congressen
Verenigingen
Links
Neem contact met ons op
|
Ovariumcarcinoom: Screening, behandeling en follow-up
Auteur:
C. Nappi
Gynaecologist
Herziene versie: 21/02/2003
Screening, behandeling en follow-up brachten epidemiologen samen: obstetrici/gynaecologen; gynaecologische en radiologische oncologen; en het publiek om de volgende vragen te bespreken:
- Wat is de actuele status van screening en preventie bij ovariumcarcinoom?
- Wat is het adequate beleid van ovariumcarcinoom in een vroeg stadium?
- Wat is het vastgestelde beleid van gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom?
- Wat is de geschikte follow-up na primaire therapie?
- Wat zijn de richtingen voor toekomstige research?
Het consensus panel concludeerde dat er thans geen bewijs is dat de huidige bepalingen van CA 125 en transvaginale echografie effectief gebruikt kunnen worden om de mortaliteit van ovariumcarcinoom te reduceren en evenmin dat het gebruik ervan zal resulteren in een eerdere afname dan een toename morbiditeit en mortaliteit. Zij bevelen aan dat verder prospectieve research gedaan moet worden om dit zeer belangrijke onderwerp te evalueren. Vrouwen met stadium IA graad 1 en de meeste IB graad 1 ovariumcarcinomen hebben geen postoperatieve adjuvante therapie nodig. Veel overige stadium I patiënten hebben chemotherapie nodig. Categorieën van stadium I moeten volledig worden gedefinieerd en de ideale behandeling worden vastgesteld. Vrouwen met stadia II, III en IV epitheliaal ovariumcarcinoom (anders dan weinig maligne potentiële tumoren) zouden postoperatieve chemotherapie moeten krijgen. Artsen zouden aangemoedigd moeten worden om deelname van vrouwen aan klinisch onderzoek te bespreken en vrouwen zouden aangemoedigd moeten worden om deel te nemen. Alle vrouwen zouden toegang moeten hebben tot complete informatie met betrekking tot ovariumcarcinoom. Verder zouden er geen barrières moeten zijn voor vrouwen tot gekwalificeerde specialisten, optimale therapie, en protocollen.
Waarom effectieve screening onmogelijk is Er is geen eenvoudige manier om een abnormaal testresultaat te evalueren. Alles wat u kunt doen is zeggen dat de test voor kanker positief is maar dat het waarschijnlijk fout is en dat u het misschien slechts moet vergeten. Of u kunt het herhalen na enkele maanden en de beste twee uit drie resultaten nemen. Of als u het wil volhouden, zal u eventueel de ovaria moeten verwijderen om aan te tonen dat er geen carcinoom is. In tegenstelling tot het abnormale PAP onderzoek dat gemakkelijk kan worden geëvalueerd zovaak als u wilt, is er geen gemakkelijke manier om een abnormaal Ca-125 of echografisch onderzoek te evalueren. Er is geen vooraanstaande professionele organisatie die dit probleem heeft geëvalueerd en welke screening aanbeveelt. Het zou ooit mogelijk kunnen zijn, maar nu niet. Degenen met een gedocumenteerd familiair ovariumcarcinoom syndroom waarbij het risico om ooit ovariumcarcinoom te ontwikkelen ongeveer 50% is, worden geadviseerd om jaarlijkse gynaecologische onderzoeken te ondergaan en een jaarlijkse echografie van de onderbuik te overwegen. Degenen die ovariumcarcinoom screening programma's voor vrouwen met een familiaire anamnese voor ovariumcarcinoom hebben opgezet, hebben geen substantieel voordeel gerapporteerd. Zelfs indien u besloten heeft om regelmatig Ca-125 en echografie van de onderbuik te ondergaan, hoe vaak zou dit moeten worden gedaan? Elk jaar lijkt niet zo geschikt voor ovariumcarcinoom. Hoe lang zou dit moeten worden gedaan? Voor de volgende 30 jaar?
oorzaak: onbekend
risico:
- risico om ooit ovariumcarcinoom te ontwikkelen is ongeveer 1.7%.
- Als er één familielid in de eerste graad met ovariumcarcinoom is dan is het risico ongeveer 3-5%.
- Als er twee of meer familieleden met ovariumcarcinoom zijn dan is het risico ongeveer 7%. Familiaire ovariumcarcinomen hebben de neiging op jonge leeftijd op te treden, voor de leeftijd van 50 jaar en zijn vaak geavanceerde sereuze epitheliaal carcinomen.
risico factoren:
- ouder worden
- nullipariteit
- late zwangerschappen
- welvaart
Ovarium cysten
- zijn vergrotingen van het ovarium die gevuld lijken te zijn met vocht.
- kunnen eenvoudige met vloeistof gevulde blaasjes zijn of complexe interne structuren.
- De term cyste wordt gebruikt om deze te onderscheiden van solide vergrotingen.
- Simpele cysten hebben geen interne structuren en zijn minder zorgwekkend dan cysten met complexe structuren of solide componenten.
- Een echografie kan bepalen of het een simpele of complexe cyste is.
- worden vaak aangetroffen. Elke menstruerende vrouw ontwikkelt een ovarium cyste tijdens elke cyclus. Soms treedt er geen ovulatie op en blijft follikel cyste bestaan. Het kan doorgaan met groter worden en kan zo groot worden als een honkbal. Uiteindelijk kan het barsten en de vrouw is zich er mogelijk niet van bewust dat dit is gebeurd.
Kan de cyste een carcinoom zijn? Als:
- een echografie een simpele cyste laat zien zonder enige interne structuur.
- het slechts aan kant is.
- het minder dan 10-12,5 cm is in diameter.
- het optreedt bij een ovulerende vrouw of een vrouw die pas zwanger is
- er geen ermee in verband staande bevindingen zijn zoals nodulen of vloeistof in het bekken.
- er geen belangrijke symptomen van pijn zijn.
Wacht dan.
Schema; een herhaling van het onderzoek na 4 weken. Als het weg is of kleiner is geworden dan was het een functionele cyste: of een follikel cyste of een corpus luteum cyste. Er hoeft niets meer gedaan te worden. Als het aanwezig blijft, dient een diagnose chirurgisch gesteld te worden.
U moet onthouden dat patiënten die de pil gebruiken, geen functionele cyste zouden moeten ontwikkelen. (De functie van de pil is om ovulatie te onderdrukken, hoewel sommige vrouwen tijdens de pil ovuleren). Premenarche en postmenopauzale vrouwen zouden geen functionele cysten moeten ontwikkelen. Vrouwen in deze groepen met een cyste evenals degenen met een complexe of een solide cyste zullen chirurgisch moeten worden geëvalueerd. Dit is de enige manier om er zeker van te zijn dat de cyste een carcinoom is of niet.
Endometriumcarcinoom: Screening, behandeling en follow-up
Auteur:
William M. Rich
Gynaecologist
Herziene versie: 21/02/2003
Soorten endometriumcarcinomen Carcinomen van het gladde spierweefsel worden leiomyosarcomata (ly o myo sarcomata) genoemd. Er is ook een benigne tumor van glad spierweefsel genaamd een leiomyoom. De gewone naam voor deze benigne tumor is myoom of fibroom. In het stroma van het endometrium kan een verscheidenheid aan carcinomen ontstaan geclassificeerd als sarcomen. In de glandulaire bekleding van de uterus kunnen adenocarcinomen. Vijfennegentig procent van de endometriumcarcinomen zijn adenocarcinomen, ontstaan vanuit de bekleding van de uterus. De term endometriumcarcinoom verwijst in het algemeen naar deze adenocarcinomen.
Adenocarcinomen zijn gegradeerd. Graad I betekent goed gedifferentieerd, hetgeen wil zeggen, dat zij gemakkelijk geïdentificeerd kunnen worden als afkomstig van het glandulaire weefsel en dat deze gemakkelijk te identificeren glandulaire structuren hebben. Graad III betekent slecht gedifferentieerd met verlies van de glandulaire structuren. Dit zijn slechts solide carcinomen. Graad II carcinomen zijn tussenvormen. Graad I carcinomen hebben de beste prognose, graad III carcinomen de slechtste.
Er zijn premaligne veranderingen die kunnen optreden in de bekleding van de uterus. Deze veranderingen zijn bijna altijd het gevolg van excessieve stimulatie van de klieren in het endometrium door een excessieve hoeveelheid oestrogeen of langdurige oestrogene invloed. Deze kunnen optreden bij jonge vrouwen die niet regelmatig ovuleren evenals bij oudere vrouwen die lijden aan obesitas.
Deze veranderingen worden endometriumhyperplasie genoemd. Dit wordt gewoonlijk gediagnosticeerd met een endometriumbiopsie. Dit is geen carcinoom maar wordt vaak het beste behandeld door een hysterectomie. Dit kan ook behandeld worden met een hoge dosis progesterontherapie. Als dit optreedt bij een jonge vrouw zal zij waarschijnlijk subfertiel zijn als gevolg van onregelmatige of weinig frequente ovulaties. In deze gevallen bestaat de behandeling uit medicijnen die ovulatie veroorzaken. Als de vrouw ovuleert zal ze niet langer oestrogeen alleen produceren, omdat ze dan een progesteronfase heeft in de menstruele cyclus. Als ze dan zwanger wordt, dan zal hierdoor de hyperplasie ook verdwijnen. Voor de meeste vrouwen zal waarschijnlijk de beste behandeling hysterectomie zijn.
Papillaire sereuze adenocarcinomen en clear cell adenocarcinomen zijn een subtype van endometrium adenocarcinomen. Deze zijn verschillend omdat ze een verhoogde potentie hebben om zich in de buik te verspreiden. Hierin gedragen deze zich soms als een ovariumcarcinoom. De diagnose en stagering is hetzelfde, evenals voor het meer voorkomende endometriumcarcinoom. De beste behandeling moet nog worden vastgesteld. Er is een goede reden om te overwegen de gehele buik te behandelen, maar er is geen goede manier om dit te doen. Totale bestraling van de buik kan verricht worden, maar dat kan veel bijwerkingen hebben. Dit is een situatie waarin verscheidene opinies verkregen moeten worden.
Risicofactoren voor endometriumadenocarcinoom Leeftijd is de belangrijkste risicofactor. Dit is een carcinoom bij postmenopauzale en perimenopauzale vrouwen. Er is ook een goed herkenbare relatie met oestrogeen. Oestrogeen is een hormoon geproduceerd door het ovarium. In het ovarium vinden een aantal processen plaats die gereguleerd worden door de hypofyse in de hersenen. Ten eerste stuurt de hypofyse direct het ovarium aan om een eicel te laten rijpen. Dit doet de hypofyse door het afgeven van het hormoon Follikel Stimulerend Hormoon (FSH). Het ovarium ontwikkelt een kleine cyste of follikel van ongeveer één cm in grootte hetgeen de eicel is. Tijdens het rijpingsproces maakt het ovarium oestrogeen aan. Een van de effecten van oestrogeen is het stimuleren van de klieren in het endometrium om te groeien en te prolifereren. Daarna geeft de hypofyse aan het ovarium het sein door om te ovuleren, hetgeen inhoudt dat de follikel barst en het ei vrijgeeft. Het hypofysehormoon hiervoor, wordt Luteïniserend Hormoon (LH) genoemd.
Het ei wordt afgegeven en komt terecht in de tuba. Het overblijfsel van de follikel begint onder invloed van LH met de aanmaak van progesteron. Progesteron verandert de bekleding van de uterus zodanig dat een zwangerschap kan ontstaan. Als er geen zwangerschap optreedt tijdens die cyclus, stopt het ovarium met de aanmaak van progesteron. Als de progesteronspiegel daalt, valt de ondersteuning voor de bekleding van de uterus weg en wordt dit afgestoten. Dit is de menstruatie. Daarna begint het weer van voor af aan: oestrogeen, ovulatie, progesteron en de menstruatie.
Als de vrouw een probleem heeft waardoor de ovulatie niet optreedt dan zal het ovarium doorgaan met de aanmaak van oestrogeen. Dit zal leiden tot langdurige stimulatie van alleen oestrogeen van de endometriumklieren en dit zal het risico van carcinoom van deze klieren vergroten. Postmenopauzale vrouwen die oestrogeen nemen, hebben ook alleen oestrogene stimulatie van de endometriumklieren en hebben een verhoogd risico op de ontwikkeling van een adenocarcinoom van de uterus. Dit is waarom een progestageen zoals medroxyprogesteronacetaat ook wordt voorgeschreven. Postmenopauzale vrouwen die lijden aan obesitas hebben een verhoogde oestrogeenspiegel omdat het vetweefsel andere normale steroïden omzet in oestrogeen, waardoor zij een verhoogd risico hebben. Men denkt ook dat vrouwen die tamoxifen gebruiken tegen mammacarcinoom een verhoogd risico hebben, omdat tamoxifen een oestrogeen is. Deze verhoogde risico's zijn in de orde van grootte van ongeveer 5-12 keer het normale risico.
Condities die de progesteron invloed op de uterus verhogen, verlagen het risico op adenocarcinoom van het endometrium. Zwangerschap is een tijd van gestegen progesteronspiegels, dus vrouwen die de langste tijd van hun leven zwanger zijn geweest hebben een verlaagd risico. Vrouwen die de pil hebben gebruikt voor een lange periode, hebben een verlaagd risico. De anticonceptiepillen bevatten zowel een oestrogeen als een progestageen, maar het netto effect is dat van het progestageen. Langdurige progestagene invloed op het endometrium geeft een verdunning en atrofie van de klieren, hetgeen precies het omgekeerde effect is van oestrogeen. Er zijn andere beperkte risicofactoren, maar bijna alle staan in verband met oestrogeen/progestageen.
Symptomen van endometriumcarcinoom Het meest voorkomende symptoom van carcinoom van de uterus is abnormaal bloedverlies. Bij postmenopauzale vrouwen worden elke bloeding beschouwd als een carcinoom van de uterus tenzij het tegendeel is bewezen. De enige manier om te bewijzen of er al dan niet een carcinoom in de uterus is, is door het afnemen van een endometriumbiopsie. Dit kan vaak poliklinisch worden verricht zonder enige anesthesie, of het kan worden gedaan op de operatiekamer met anesthesie. De procedure wordt een D&C genoemd, dilatatie van de cervix en curettage van de bekleding van de uterus. Soms kan een scope door de cervix in de uterus worden aangebracht en de bekleding gevisualiseerd en direct gebiopteerd. Dit wordt een hysteroscopie genoemd.
Welke procedure er ook is, u moet ervan overtuigd zijn dat de bloeding niet veroorzaakt wordt door een carcinoom in de uterus. Met het Pap onderzoek kan de uterus binnenin niet worden beoordeeld en dit is van geen waarde. Een hormonen onderzoek is ongeschikt. Elke postmenopauzale bloeding moet serieus genomen worden en geëvalueerd. In sommige gevallen kan een echografisch onderzoek, waarbij de endometriumdikte wordt beoordeeld behulpzaam zijn, vooral bij een oudere zwakkere vrouw die niet gemakkelijk kan worden gebiopteerd en bij wie er ook een risico is voor anesthesie. Als de bekleding kan worden gezien en minder dan 5mm dik is, dan is het onwaarschijnlijk dat er een carcinoom aanwezig is.
Het probleem met postmenopauzale hormoon suppletie is dat dit vaak enig onregelmatig bloedverlies veroorzaakt, waardoor een biopsie nodig is. Als de hormonen cyclisch gegeven worden, waardoor er enkele dagen per maand bloedverlies kan optreden en als de bloeding licht is en alleen op die dagen optreedt, dan hoeft er geen biopsie gedaan te worden. Als het op een ander moment optreedt in de cyclus dan moet een biopsie verricht worden. Als de hormonen beiden elke dag op een continue basis gebruikt worden en bloedverlies treedt op, dan moet een biopsie verricht worden.
Screening op endometriumcarcinoom Er zijn geen aanbevelingen voor het screenen van carcinomen van de uterus. De enige screeningsprocedure is een endometriumbiopsie. Sommigen hebben voorgesteld dat vrouwen die alleen oestrogeen suppletie gebruiken, zonder het progesteron, een jaarlijkse biopsie zouden moeten hebben. Ook zouden vrouwen met tamoxifen waarschijnlijk jaarlijks gebiopteerd moeten worden. Het Pap onderzoek is ongeschikt voor carcinomen van de uterus, hoewel dit carcinoom soms gevonden wordt met een Pap. Als een Pap onderzoek endometriumcellen aantoont, dan is dit abnormaal en moet dit geëvalueerd worden met een endometriumbiopsie.
Diagnose Endometriumcarcinomen worden gediagnosticeerd door endometriumbiopsie, D&C, hysteroscopie en soms alleen na hysterectomie Het belangrijke punt is dat elk postmenopauzaal bloedverlies moet worden beschouwd als een carcinoom van de uterus totdat het tegendeel bewezen is. Gelukkig geven carcinomen van de uterus in een vroeg stadium bloedverlies en als het bloedverlies niet genegeerd wordt, kan de diagnose vroeg gesteld worden. Driekwart van alle carcinomen van de uterus worden in een vroeg stadium ontdekt. Hiervan heeft ongeveer driekwart een gunstige gradering. Daarom is de sterfte ten gevolge van een carcinoom van de uterus laag, ondanks dat dit het meest vaak gediagnosticeerde gynaecologische carcinoom is.
Stagering van endometriumcarcinoom Carcinomen van de uterus worden gestageerd door chirurgisch onderzoek met verwijdering van de uterus, tubae en ovaria. Tevens wordt een beoordeling gemaakt van de pelviene en aortale lymfeklieren.
Chirurgische stagering van endometriumcarcinomen
|
Stadium I |
|
Tumor beperkt tot het endometrium |
|
IA |
Geen invasie in het myometrium |
|
IB |
Invasie tot minder dan de helft van het myometrium |
|
IC |
Invasie tot meer dan de helft van het myometrium |
|
Stadium II |
|
Ingroei in de cervix |
|
IIA |
Ingroei alleen oppervlakkig in de endocervix |
|
IIB |
Ingroei diep in de cervix |
|
Stadium III |
|
Tumor invasie buiten de uterus |
|
IIIA |
Tumor invasie in tubae of ovaria |
|
IIIB |
Invasie naar de vagina |
|
IIIC |
Invasie naar pelviene of aortale lymfeklieren |
|
Stadium IV |
|
Metastasen op afstand |
|
IVA |
Invasie in de blaas of rectum |
|
IVB |
In het abdomen of metastasen op afstand |
Bovendien worden deze carcinomen ook gegradeerd; Graad I, II en III. Om het juiste stadium vast te stellen worden de uterus, tubae en ovaria verwijderd en worden biopten genomen van de pelviene en aortale lymfeklieren. Een vroeg stadium wordt toegewezen als de meer gevorderde stadia zijn uitgesloten. Sommige gevallen, welke duidelijk in een geavanceerd stadium bij lichamelijk onderzoek zijn, zullen geen baat hebben met chirurgie en kunnen worden behandeld zonder operatieve stagering.
Behandeling De behandeling van carcinomen van de uterus is gewoonlijk een combinatie van chirurgie en bestraling. Degenen die een vroeg stadium hebben zullen eerst worden geopereerd met verwijdering van uterus, tubae en ovaria om het stadium vast te stellen. Als er slechts een beperkte invasie in de wand van de uterus is en de graad goed is b.v. graad I of II, dan zal de operatie voldoende zijn en zal bestraling niet aanbevolen worden. Als er sprake is van een hoger stadium of hogere graad, dan zal bestraling van het bekken vaak geadviseerd worden. Sommige artsen willen eerst bestralen en daarna opereren, maar dat komt steeds minder voor. Gevorderde stadia worden, indien mogelijk, behandeld met bestraling of met chemotherapie. Gelukkig is progesteron, dat weinig bijwerkingen heeft, een goed chemotherapeuticum. Andere vormen van chemotherapie hebben een beperkte effectiviteit, maar worden vaak gebruikt en kunnen aanvankelijk een goede response geven.
De meeste patiënten zijn in een vroeg stadium als ze gediagnosticeerd worden en dan zijn er diverse behandelingsmogelijkheden. Vaak zijn het oudere vrouwen die andere medische problemen kunnen hebben. Desalniettemin moet er alles aan worden gedaan om deze patiënten een operatie te laten ondergaan, omdat het genezingspercentage daalt met 20% als een hysterectomie niet wordt verricht. Er is geen ander gynaecologisch carcinoom waarbij de behandeling zo wordt geïndividualiseerd als bij een endometriumcarcinoom in een vroeg stadium.
Prognose Aangezien de meeste patiënten worden gediagnosticeerd in een vroeg stadium en met een optimale gradering, worden de meeste patiënten genezen. Desondanks, is het een carcinoom evenals enig ander. De meeste recidieven zullen in de eerste twee jaren optreden. Als er geen is opgetreden na vijf jaar, dan wordt de patiënt genezen beschouwd.
Vijf jaars overleving voor adenocarcinoom van het endometrium
|
Stadium I |
80% |
|
Stadium II |
65% |
|
Stadium III |
30% |
|
Stage IV |
10% |
Stadium IA, graad I, carcinomen hebben een vijf jaars overleving van meer dan 95%. De prognose hangt af van het substadium en de graad.
Kanker en erfelijkheid
Auteur:
P. Kenemans
Gynaecologist
Herziene versie: 21/02/2003
Inhoud
- Voor wie is deze informatie bedoeld
- Verschillende soorten kanker
- Kanker in de familie
- Kanker en erfelijkheid
- Hoe ontstaat genetische aanleg
- Erfelijke tumoren
- Patroon van overerving
- Genetisch onderzoek
- DNA onderzoek
- Heeft u vragen?
Voor wie deze informatie bedoeld is
Elk jaar ontdekken in Nederland ongeveer 61.000 mensen dat ze kanker hebben. Kanker is een ziekte, welke gewoonlijk drastische veranderingen in het leven van patiënt en zijn familie veroorzaakt. Vaak is er een moment, waarop de patiënt zichzelf precies afvraagt waarom hij kanker heeft gekregen. Als kanker van de ene generatie naar de volgende overgaat in een familie, dan komt de vraag omhoog of kanker wellicht overgeërfd is. Deze vraag kan niet eenvoudig met ja of nee beantwoord worden. Kanker is een verzamelnaam voor een groot aantal ziekten, bijvoorbeeld longkanker, darmkanker en borstkanker. Er zijn dus meer dan honderd soorten kanker. Bovendien kunnen verschillende soorten kanker van elke soort worden onderscheiden. Er is geen enige reden verantwoordelijk voor het optreden van al deze soorten. Er zijn vele oorzaken, een van deze kan erfelijkheid zijn.
Deze informatie is primair bedoeld voor die personen, die verschillende familieleden met kanker hebben (gehad) en die zich exact afvragen hoe erfelijkheid en kanker aan elkaar gerelateerd zijn. Hier kunt u lezen wat tegenwoordig bekend is over de rol van erfelijkheid bij het ontstaan van kanker. Voor een aantal kankersoorten weten we al dat deze kunnen worden overgeërfd. Bovendien kunt u lezen wat u eraan kunt doen, als u vermoedt dat een erfelijke vorm van kanker voorkomt in uw familie. Als u nog vragen heeft na het lezen van deze informatie, dan kunt u altijd uw huisarts of specialist raadplegen.
Verschillende soorten kanker
Kanker is een naam, die meer dan honderd verschillende ziekten bestrijkt. Een gebruikelijk kenmerk van deze ziekten is een verstoring van de normale deling van lichaamscellen. De verstoring is altijd het gevolg van schade van genetisch materiaal in de cellen. Als cellen zich nodeloos blijven delen, dan zal een kwaadaardige zwelling (tumor) ontstaan. Deze tumor kan optreden in een specifiek orgaan, zoals de maag, de prostaat of de hersenen. Een groei van cellen kan ook plaatsvinden in de bloedbaan, bijvoorbeeld zoals bij leukemie of in het lymfestelsel, zoals bij de ziekte van Hodgkin.
De verschillende soorten kanker gaan ieder hun eigen gang: verschillende factoren spelen een rol bij het voorkomen. Onze leefwijze, zoals roken, eten, alcoholgebruik en zonnebaden spelen een belangrijke rol hierbij. Dus roken verhoogt de kans op longkanker en ook, hoewel minder de kans op blaas en baarmoederhalskanker. Aan de andere kant geeft teveel zonnebaden een verhoogde kans op huidkanker. Patiënten hebben vaak volledig verschillende klachten van hun ziekte, afhankelijk van het soort kanker, die bij hen is vastgesteld. De behandeling verschilt niet alleen van het soort kanker, maar ook zelfs binnen een soort; een patiënt kan anders behandeld worden dan een andere. Dit heeft te maken met het stadium van de ziekte en het celtype van een bepaald soort kanker. Een ander verschil is de kans op genezing. Een soort kanker kan gemakkelijk te genezen zijn, terwijl bij een andere soort de kans op genezing erg laag is.
Kanker in de familie
Kanker is een ziekte die vaak voorkomt in ons land. Dit is waarom, zelfs bij toeval, kanker in de enen familie vaker optreedt dan in de andere familie. Als kanker optreedt in opeenvolgende generaties in een familie, dan is het van belang te weten of het om dezelfde soort kanker gaat of om verschillende soorten. Als een soort kanker of bepaalde combinaties van kankersoorten optreden in opeenvolgende generaties, dan is erfelijkheid mogelijk de meest belangrijke oorzaak van het optreden. In de praktijk is het werkelijk zeer ongebruikelijk voor verschillende familieleden om dezelfde kankersoort of dezelfde combinatie van verschillende kankers te hebben. Doorgaans treden volstrekt verschillende soorten kanker op bij families in opeenvolgende generaties. Dit kan veroorzaakt worden door factoren die variëren, zoals roken, overmatig alcoholgebruik, blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk, zoals benzeen of vaak zonnebaden.
Oorzaken
Als hetzelfde kankertype optreedt in een familie bij opeenvolgende generaties, dan kan deze ziekte optreden als gevolg van verscheidene oorzaken, zoals:
- Een overgeërfde gevoeligheid voor een bepaald soort kanker.
- Een overgeërfde gevoeligheid voor een stoornis, die leidt tot een bepaald soort kanker.
- Een genetisch bepaalde fysieke gesteldheid, waardoor iemand meer gevoelig is voor bepaalde kankerverwekkende invloeden van buitenaf, zoals zonlicht.
Het feit, dat verscheidene familieleden een gewoonte hebben, zoals roken, verhoogt het risico op een bepaald soort kanker.
Als verschillende familieleden hetzelfde soort kanker hebben en het is geen erfelijke tumor, wat kan er dan aan de hand zijn? Om een idee te krijgen hoe alles in elkaar past, nemen we huidkanker als voorbeeld.
Huidkanker is de meest voorkomende kankersoort in Nederland. Veel zonnebaden, vaak tijd doorbrengen op een zonnebank of veel in de zon werken verhogen de kans om dit soort kanker te krijgen. Dit geldt voor iedereen, maar mensen met licht blond of rood haar ontwikkelen in vergelijking met anderen eerder huidkanker. Juist deze genetisch bepaalde gevoeligheid alleen al, betekent dat huidkanker meer optreedt bij rood of lichtblond harige families. Er zijn, echter, ook families bij wie deze gevoeligheid niet optreedt en waar verschillende mensen huidkanker hebben. Dit kan zijn, omdat familieleden dezelfde soort baan hebben, bijvoorbeeld degenen die werken in de landbouw, bouw en wegherstel. Ze zijn, in vergelijking met anderen, meer blootgesteld aan de kankerverwekkende werking van ultraviolette straling. Het gevolg hiervan kan worden gezien bij blanke families, die voor een lange periode in de tropen hebben gewoond.
Leefgewoonten
Blootstelling aan kankerverwekkende omstandigheden kan worden gekoppeld aan een beroep, maar ook aan zekere gewoonten van leefwijze. Families kunnen in feite, in opeenvolgende generaties doorgaan met zekere gewoonten, die de kans op kanker vergroten. In een familie met veel rokers is het risico op longkanker groter dan in een familie met weinig of geen rokers.
Sommige families hebben zekere eet -of drinkgewoonten, zoals het gebruik van veel vet, veel zout of sterk gekruid voedsel of het drinken van veel alcohol. Familieleden, die aan deze gewoonten vasthouden, hebben meer kans om bepaalde kankersoorten te verwerven.
Samenvattend...
Een speciaal soort kanker kan in de ene familie vaker voorkomen dan in de andere, omdat er: is een genetisch bepaalde fysieke gevoeligheid of een grote blootstelling aan kankerverwekkende omstandigheden is geweest.
Kanker en erfelijkheid
Om meer inzicht te krijgen in de erfelijke rol bij het optreden van kanker, is onderzoek uitgevoerd bij families waarbij bepaalde soorten kanker vaak voorkomen. Hieruit blijkt dat bij sommige soorten van gebruikelijke kankers, bijvoorbeeld longkanker of maagkanker genetische aanleg geen belangrijke rol speelt. Bij ander soorten, zoals darmkanker of borstkanker kan erfelijkheid van cruciale betekenis zijn.
Met erfelijkheid en kanker praten we ook over genetische aanleg of gevoeligheid voor kanker. Deze gevoeligheid kan hoog of laag zijn. Als de gevoeligheid laag is dan spelen andere factoren, zoals leefwijze een grotere rol bij het optreden van kanker dan wanneer de gevoeligheid hoog is.
Een voorbeeld van een soort kanker met hoge gevoeligheid is retinoblastoom, een oogtumor die optreedt bij kinderen.
Schattingen laten zien dat ongeveer een half procent van de 1% van alle mensen die kanker krijgen elk jaar een soort van hoge gevoeligheid hebben.
Momenteel zijn de wetenschappelijke onderzoeken naar de rol van een genetische aanleg bij het optreden van kanker sterk versneld. Met behulp van moderne onderzoekstechnieken, zoals DNA onderzoek, wordt steeds meer bekendgemaakt over welke genen beschadigd zijn (gene: deel van lichaamscel dat genetische informatie bevat). Het is niet mogelijk om precies vast te stellen voor welke mensen met kanker genetische aanleg de belangrijkste reden is.
Hoe ontstaat genetische aanleg
Ons lichaam bestaat uit kleine levende organismen, die we cellen noemen. Elke cel heeft een kern bevattende 23 chromosoomparen. Chromosomen bestaan voor een groot deel uit DNA. Dit DNA bevat al onze genetische informatie. Het heeft een structuur, waarbij je kunt denken aan een lange keten van bouwblokken. Er zijn vier verschillende bouwblokken en de volgorde van deze blokken in het DNA bepaald de structuur en de kenmerken van ons lichaam.
Illustratie van Chromosoomparen
XX - VROUW
XY - MAN
Chromosoomparen
Een chromosoompaar beval een chromosoom met genetische informatie van de moeder en een met gescheiden informatie van de vader. Elk gescheiden chromosoom van een paar bevat informatie voor dezelfde kenmerken. De capaciteit van elk kenmerk is dus dubbel aanwezig.
Genen
Chromosomen zijn verdeeld in genen, elk met een vaste plaats. Een gen is daarom een stuk chromosoom, dat bestaat uit DNA waarin informatie voor een genetisch kenmerk is opgeslagen. Geschat is dat de mens ergens tussen 50.000 tot 100.000 genen heeft. Genen voorzien informatie naar cellen over welke taken cellen moeten verrichten. Er zijn genen, die verantwoordelijk zijn voor de bloedgroep, voor de kleur van de ogen en voor de ontwikkeling van een cel in, bijvoorbeeld een spiercel. Er zijn ook genen die ervoor zorgen, dat een cel stopt met delen als er eenmaal een specifieke werking is gegeven.
Schade
We weten nu voor een aantal erfelijke soorten van kanker exact welke beschadigde genen kunnen worden doorgegeven van generatie op generatie. Dit wordt onder weergegeven met gebruikmaking van het retinoblastoom (oogtumor) als voorbeeld om te tonen hoe dit optreedt. Het gezonde RB gen verzekert dat sommige cellen in het oog niet meer delen. Maar als de vader of moeder een retinoblastoom heeft gehad, dan kan dit gen in beschadigde vorm doorgegeven worden aan een kind. De cellen van het oog hierboven vermeld zullen ook een afwijkend gen hebben. Echter deze cellen blijven niet delen. Dit is, omdat er nog een gezond gen van de andere ouder is. Iemand met deze genen heeft natuurlijk nog steeds kans dat in een van deze cellen een kleine beschadiging kan ontstaan in het gezonde gen. Zo'n kans wordt mutatie genoemd. Het gevolg is dat bij kinderen met een aanleg voor retinoblastoom de rem op de deling van zo'n cel ontbreekt en een tumor op kan treden.
Erfelijke tumoren
In deze paragraaf zijn de beschreven soorten kanker degenen, waarvan bekend is dat genetische aanleg een rol speelt bij het voorkomen. Een aantal zeer zeldzame soorten, zoals het syndroom van Li-Fraumeni en neurofibromatose komen niet bij deze informatie aan de orde. Van een aantal soorten weten we al exact welke genen beschadigd zijn, namelijk bij het retinoblastoom, dysplastische naevus syndroom, het MEN 2 syndroom, polyposis coli en tot op zekere hoogte ook bij verworven darmkanker en borstkanker. Hoe het wordt doorgegeven van generatie op generatie, het erfelijkheidspatroon, kan hieronder worden gelezen.
Retinoblastoom
Dit is een tumor van het netvlies van het oog. Dit soort kanker komt voor bij jonge kinderen. Retinoblastoom is een zeer zeldzame kankersoort. In Nederland stelt men bij ongeveer 15 kinderen per jaar deze tumor vast. Bij ongeveer 35% van deze patiënten speelt erfelijkheid een rol. De meeste van deze tumoren (65%) ontstaan zonder dat deze tumor eerder in de familie voorkwam. Desalniettemin kunnen kinderen met verworven retinoblastoom zonder duidelijk aanwijsbare familiaire belasting, zelf het nageslacht zijn van een familie met een erfelijk retinoblastoom.
Dysplastisch naevus syndroom
Dit is een genetische stoornis van de huid, waarbij een bont patroon van moedervlekken (naevus = moedervlek) naar voren komt. Het aantal kan variëren van weinig tot honderden. Ze zijn vaak onregelmatig van vorm en variëren in grootte en kleur. Ze komen vaak voor op ongebruikelijke plekken op het lichaam, zoals de schedelhuid of in huidplooien. Zulke moedervlekken kunnen degenereren tot een speciale vorm van huidkanker: een melanoom. Ongeveer 10% van alle melanomen treden op bij mensen met het dysplastische naevus syndroom.
Polyposis coli
Dit is een stoornis van de darm, waarbij honderden van origine goedaardige tumoren, optreden. Als deze poliepen niet worden weggehaald, kunnen ze degenereren tot darmkanker. Van alle patiënten met darmkanker is ongeveer 1% het gevolg van polyposis coli.
Tumoren van endocriene klieren
Endocriene klieren zijn kleine inwendige organen, die hormonen maken en afgeven aan de bloedbaan. Deze hormonen zijn nodig voor het functioneren van ons lichaam. In endocriene klieren kan een erfelijke vorm van kanker ontstaan, het zogenaamde MEN syndroom. MEN is een afkorting van Multiple Endocrine Neoplasia. Dit betekent letterlijk 'multipele nieuwvormingen van de hormoonproducerende klieren'. Wat ongebruikelijk is, is dat kanker niet alleen verschijnt op slechts één plaats, maar vaak in verscheidene klieren van dit type. Dit kan gelijktijdig optreden of na enige tijd. Er is onderscheid gemaakt tussen MEN 1 en MEN 2 syndromen. In Men 1 syndromen kunnen bepaalde tumoren optreden, gelijktijdig of niet, in de hypofyse, de bijschildklieren en de alvleesklier, de zogenaamde eilandjes van Langerhans tumoren. Het MEN 2 syndroom bestaat uit tumoren van de bijnierschors, de bijschildklieren en een zeldzame vorm van schildklier kanker, het 'medullair schildklier carcinoom'. Deze tumoren kunnen ook gelijktijdig optreden.
Erfelijke darmkanker, borstkanker en ovariumkanker
Geschat is dat ongeveer 5% van alle patiënten met darm, borst of ovariumkanker de ziekte hebben verworven door erfelijke belasting. Er is enige kennis over waar de genetische beschadiging is gesitueerd voor darm- en borstkanker. Op een aantal punten verschillen deze erfelijke soorten van kanker zich van de gewone darmkanker, borstkanker en ovariumkanker. De erfelijke soorten worden over het algemeen vastgesteld op jongere leeftijd, namelijk tussen de 30 en 50 jaar. De gewone soorten treden meestal tussen de 50 en 70 jaar op. Bovendien hebben mensen met een van deze erfelijke vormen een grotere kans op een andere soort kanker. Het vermoeden bestaat dat mensen met dit soort kanker mogelijk ook een verhoogd risico hebben op kanker van de maag, ovaria en nieren hebben. Vrouwen die een erfelijke vorm van borstkanker hebben, hebben ook vaker de ziekte in beide borsten in vergelijking tot vrouwen met de gewone soort van borstkanker. In sommige families, in aanvulling op borstkanker, is er ook een groter aantal vrouwen met ovariumkanker dan normaal zou worden verwacht. Voor vrouwen met erfelijke ovariumkanker, is het risico van borstkanker ook verhoogd.
Patroon van overerving
Als er in een familie een erfelijke kankersoort voorkomt, dan hoeft het niet zo te zijn, dat alle familieleden deze ziekte zullen verwerven. Erfelijkheid van zo'n ziekte treedt op volgens een bepaald patroon. Vaak is dit het autosomaal dominante patroon. Autosomaal betekent dat de overerving niet geslachtsgebonden is. Jongens en meisjes hebben dezelfde kans om de aanleg te erven. Dominant betekent, dat als een van de ouders de aanleg heeft voor een erfelijke soort van kanker, elk kind 50% kans heeft om de aanleg te hebben. Bij de meeste kinderen, die de aanleg hebben geërfd, zal zo'n kanker uiteindelijk tevoorschijn komen. De erfelijke tumoren, die op de vorige bladzijden zijn beschreven, hebben allen dit autosomaal dominante patroon van overerven.
Vaststellen van het risico
Om te weten welk risico de familieleden lopen, dan moeten voldoende details van zeker twee en bijvoorkeur drie generaties beschikbaar zijn. Van sommige erfelijke kankersoorten treden de klachten van de ziekte reeds vroeg op. Familieleden, waarbij geen afwijkingen zijn gevonden bij medische keuringen, hebben na het bereiken van een bepaalde leeftijd geen verhoogd risico op die speciale soort kanker. Dit geldt bijvoorbeeld voor polyposis coli. Als de broer of zus van een patiënt nog steeds vrij is van een groot aantal poliepen in de darm op de leeftijd van 45 jaar, dan is de kans erg klein dat ze daarna polyposis coli zullen ontwikkelen. Voor die soorten kanker, waarbij de genetische beschadiging bekend is, is er nu een DNA test, die in een aantal gevallen een meer zorgvuldige beoordeling toelaat over familieleden, die een verhoogd risico hebben en degenen die dit niet hebben.
Genetisch onderzoek
Als kanker vaak in uw familie voorkomt en u vraagt zich af of erfelijkheid op enige wijze verantwoordelijk is, is het verstandig om na te gaan of het een of verscheidene soorten van kanker zijn. Als er een soort kanker bij verschillende familieleden is of een combinatie van soorten, welke werden genoemd, dan moet u met uw huisarts bespreken of het erfelijkheidsonderzoek de moeite waard is.
Als een familielid een van de bovenstaande erfelijke soorten van kanker heeft, dan rijst de vraag of wie verder in de familie mogelijk een extra medische keuring zou moeten krijgen. Dit kunnen broers en/of zussen zijn evenals kinderen van de patiënt. Ten eerste moeten we uitvinden welke familieleden het risico lopen op zo'n tumor. Dit type onderzoek wordt uitgevoerd op specifieke plaatsen. Hier kan aan patiënten en risicodragende familieleden advies gegeven worden als ze willen weten of het verstandig is om kinderen te krijgen.
Bij het genetisch onderzoek is de eerste stap het exact vaststellen hoe het patroon van overerving loopt. Met behulp van deze informatie over familieleden, kanker hebben (gehad) en informatie over de doodsoorzaak van al deze aangedane familieleden kan een 'medische stamboom' worden getekend. Het creëren van een medische stamboom is niet eenvoudig en soms onmogelijk wegens een gebrek aan informatie.
Begeleiding
Op basis van het stamboomonderzoek is de enige conclusie die getrokken kan worden, wie er in de familie mogelijk een kans van 50% heeft op een verhoogd risico. Dan komt de vraag op of het waardevol is om een persoon met een verhoogd risico op een (voorstadium van) specifieke tumor regelmatig te controleren. In de praktijk is dit vaak een moeilijk onderwerp, omdat er momenteel (nog) geen betrouwbare test beschikbaar is voor sommige tumoren. Bij familieleden, waarbij polyposis coli, erfelijke darmkanker, borstkanker of ovariumkanker, dysplastisch naevus syndroom of MEN 2 optreedt, bestaat zo'n preventieve test. Preventief onderzoek is ervoor bedoeld om de stoornis in een zo'n vroeg mogelijk stadium op te sporen, zodat effectieve behandeling uitgevoerd kan worden. Deze behandeling wordt dan gegeven voordat een tumor zich ontwikkeld heeft of als deze nog erg klein is. . Dankzij de ontwikkelingen van het genetisch onderzoek, kan het risico nu beter worden bepaald met een DNA test in een aantal gevallen dan met het medische stamboomonderzoek.
DNA onderzoek
Voor een DNA onderzoek is een kleine hoeveelheid bloed nodig van de persoon, die hierom verzocht heeft. In het laboratorium wordt DNA geïsoleerd van de witte bloedcellen. Als het nog niet bekend is, welke mutatie in de familie voorkomt, dan moet eerst een DNA test uitgevoerd worden van het familielid met een specifieke soort erfelijke kanker. De volgorde van alle bouwblokken, dat de DNA code vormt van het gewijzigde gen, wordt daarvoor bepaald voor die persoon. Door dit te vergelijken met de normale volgorde, kan de mutatie worden aangegeven. De uitvoering van dit onderzoek kan enige tijd in beslag nemen. Als eenmaal de mutatie in de famlie bekend is, dan is het mogelijk om een mutatie-analyse uit te voeren onder familieleden. Het DNA wordt in stukken geknipt gebruikmakend van chemische scharen op vaste plaatsen. Door gebruikmaking van speciale scharen voor elke mutatie worden dus strengen van verschillende lengte gemaakt, hetgeen dan op lengte wordt gesorteerd. Dit zorgt voor een vast patroon, behalve als een mutatie aanwezig is. In dat geval verschijnen of verdwijnen stukjes, hetgeen leidt tot langere of kortere DNA strengen. Het DNA van een persoon wordt dus getest om te kijken of het een normaal patroon van strengen laat zien of dat er het patroon is, dat bij de mutatie in de familie wordt gezien. Een mutatie-analyse neemt over het algemeen enige maanden in beslag.
Aanleg - ja of nee
Helaas zijn DNA testen nog steeds niet in staat om in een aanzienlijk aantal gevallen een definitief bewijs te leveren of iemand een aanleg heeft of niet. Dan blijft begeleiding nodig. Als het DNA onderzoek voldoende informatie levert zijn er voor ieder familielid twee mogelijke uitkomsten: hij of zij heeft ofwel het gezonde of het ziektedragende chromosoom (= aanleg) geërfd. Als een familielid geen aanleg lijkt te hebben, dan is regelmatige controle niet nodig. Ook zullen kinderen van deze persoon de ziekte niet krijgen. Als echter aanleg voor een bepaald soort erfelijke kanker aangetoond is, dan is begeleiding of behandeling nodig. De leeftijd, waarop dit optreedt is afhankelijk van het soort erfelijke tumor. Het al of niet kennis hebben van erfelijke belasting kan gevolgen hebben voor keuzes met betrekking tot scholing en beroep en ook voor gezinsplanning. Familieleden, die een DNA onderzoek willen laten verrichten moeten ook uitgebreid geïnformeerd worden over de gevolgen van de onderzoeken.
Heeft u vragen?
Als u vragen heeft na het lezen hiervan, bewaar deze niet voor uzelf. Persoonlijke en algemene vragen kunt u het beste bespreken met uw huisarts.
Het cervixuitstrijkje (P. Kenemans)
Auteur:
P. Kenemans
Gynaecologist
Herziene versie: 21/02/2003
Inhoud
- Voor wie is deze informatie
- Wat is kanker
- De vrouwelijke geslachtsorganen
- Cervixkanker
- Oorzaken
- Klachten
- Vroege opsporing
- Het cervixuitstrijkje
- Kosten
- Behandeling in vroeg stadiume
- Minder risico op kanker
- Heeft u vragen?
Voor wie is deze informatie bedoeld
Elk jaar wordt in Nederland bij ongeveer 750 vrouwen cervixkanker vastgesteld.
Cervixkanker is een soort kanker, die zeer vroeg kan worden opgespoord met gebruikmaking van een eenvoudig onderzoek. Dat onderzoek is het cervixuitstrijkje. Als cervixkanker ontdekt wordt en behandeld bij een vrouw in een vroeg stadium, dan is de kans op genezing bijna 100 procent.
Deze informatie is bedoeld voor vrouwen, die meer willen weten over het onderzoek van het cervixuitstrijkje. De volgende vragen worden besproken: Wat is cervixkanker en wat is bekend over de oorzaken? Wat is een cervixuitstrijkje en wie wordt onderzocht? Hoe wordt een cervixuitstrijkje verricht? Wat is het belang van de classificatie, die aan het onderzoeksresultaat wordt gegeven? Hoe wordt een voorstadium van cervixkanker behandeld?
Als u andere vragen heeft over het cervixuitstrijkje, dan moet u deze bespreken met uw huisarts.
Wat is kanker
Elk jaar wordt bij zo'n 61.000 Nederlands mensen kanker vastgesteld. Er zijn meer dan honderd verschillende soorten kanker. Elke soort van kanker is een verschillende ziekte, maar ze hebben allen een ding gemeen: er is een onbeperkte deling van abnormale cellen. Na verloop van tijd bedreigt dit onze gezondheid.
Celdeling
Het lichaam van een volwassene bestaat uit biljoenen cellen. Deze cellen worden ouder of beschadigd en moeten dan vervangen worden. Kinderen hebben nieuwe cellen nodig om te groeien. Per uur maak ons lichaam miljoenen cellen aan. Nieuwe cellen komen tevoorschijn door celdeling, zodat uit één cel twee nieuwe ontstaan. Als er tijdelijk ergens in ons lichaam geen nieuwe cellen nodig zijn, dan stopt de celdeling. Ons lichaam reguleert dat vanzelf.
Kanker
Kankercellen laten allerlei soorten afwijkingen zien. Dit leidt onder andere ertoe dat ons lichaam niet instaat is om de deling van kankercellen te stoppen. Meer en meer abnormale cellen worden gemaakt. Na verloop van tijd zal een kwaadaardige tumor zich ontwikkelen. Andere afwijkingen in kankercellen staan de tumor toe in ander omliggend weefsel te groeien. Daar veroorzaakt het schade en verstoort de werking van ons lichaam. Kankercellen kunnen ook losbreken van de tumor en de lymfevloeistof en/of bloedbaan voor vervoer gebruiken en in andere lichaamsdelen terechtkomen. Daar blijven de cellen delen. Deze veroorzaken nieuwe tumoren: uitzaaiingen. Het medische woord hiervoor is metastasen. Bloedcellen en lymfeklieren kunnen ook veranderen in kankercellen. Het grote aantal abnormale cellen verstoort de werking van het bloed en/of de lymfe. Een voorbeeld van kanker van de bloedcellen is leukemie; een voorbeeld van kanker van het lymfesysteem is de ziekte van Hodgkin.
Goedaardige tumoren
Er zijn ook goedaardige tumoren. In dat geval is er geen kanker. Een goedaardige tumor groeit niet in omliggende weefsels en er zijn geen uitzaaiingen. Een voorbeeld van een goedaardige tumor is een vettumor (de medische naam is lipoom). Een goedaardige tumor kan echter ook klachten veroorzaken, die een behandeling nodig maken.
De vrouwelijke geslachtsorganen
Tot het vrouwelijk geslachtsapparaat behoren de baarmoeder (uterus), de eierstokken en de eileiders. Deze organen liggen in het onderste deel van de buik (het lage bekken). De baarmoeder heeft de vorm van een omgedraaide peer. Aan de andere kant hiervan liggen de eierstokken en de eileiders. De eileiders verbinden de eierstokken met de baarmoeder. Deze organen worden door omliggend weefsel op z'n plaats gehouden.
De baarmoeder
De baarmoeder bestaat uit het lichaam van de baarmoeder en de hals van de baarmoeder. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de vagina; de cervix ligt aan het buiteneinde van de baarmoederhals. Het baarmoederlichaam is aan de binnenkant bekleed met een slijmvlieslaag, welke maandelijks afgestoten wordt - tijdens de menstruatie (cyclus). De baarmoederhals en de cervix zijn ook bekleed met een slijmvlieslaag. Deze wordt niet afgestoten tijdens de menstruatie. De slijmvlieslaag van de baarmoederhals bestaat uit een ander celtype dan de slijmvlieslaag van de cervix. Op de plek, waar deze twee soorten cellen samenkomen, is een grenslijn.
Cervixkanker
Cervixkanker treedt meestal op in de cellen van de slijmvlieslaag op de grens van de baarmoederhals en de cervix. Dit vindt in het algemeen heel langzaam plaats: de tijd tussen de eerste abnormale cel en het moment, dat cervixkanker optreedt kan 10 tot 15 jaar zijn. Om te beginnen zijn er een aantal abnormale cellen. Op dat moment is er nog geen kanker aanwezig. De cellen zijn volledig onschuldig. Bovendien verdwijnen ze vaak vanzelf.
Als het aantal abnormale cellen toeneemt, dan komt na een poosje een voorstadium van cervixkanker naar voren. De afwijking is in dit stadium zeer beperkt en kan op een eenvoudige manier van behandelen effectief worden bestreden. Als dit voorstadium onbehandeld blijft, dan is cervixkanker het gevolg. Om te beginnen zijn de kankercellen in een zogenaamd initiële fase. Na behandeling is de kans op genezing bij zo'n voorstadium bijna 100%. Zelfs als cervixkanker zich verder voortzet, is er na behandeling een goede kans op genezing. Deze wordt echter verminderd, als de ziekte is voortgezet en verspreid is.
Cervixkanker treedt op bij vrouwen van alle leeftijden, maar meestal bij vrouwen tussen 35 tot 45 jaar oud. Tegenwoordig wordt dit soort kanker op wat jongere leeftijd gezien dan vroeger.
Oorzaken
Voor elk soort kanker kunnen bepaalde omstandigheden het risico van de ziekte verhogen. Een virus, het humaan papilloma virus, speelt vaak een rol bij het optreden van cervixkanker. Het virus wordt overgebracht door seksuele gemeenschap. Hoe meer wisselende seksuele contacten, des te groter is de kans om het virus over te brengen. Over het geheel genomen zal het lichaam dit soort virussen uitschakelen. Soms komt het virus er toch doorheen.
Als een vrouw cervixkanker heeft, moet dit niet automatisch tot de conclusie leiden dat zij of haar partner per definitie wisselende contacten heeft (gehad).
Cervixkanker lijkt vaker op te treden bij vrouwen die roken dan bij vrouwen die niet roken. Roken beïnvloedt het immuunsysteem, waardoor het lichaam vatbaarder is voor ziekteverwekkers.
Onderzoek gaat nog steeds door naar het gebruik van de pil en het mogelijke risico van cervixkanker. Precies zoals het merendeel van kankersoorten, is cervixkanker niet erfelijk.
Evenmin is cervixkanker besmettelijk. Er is, daarom, geen risico dat de partner een soort kanker zou verwerven door seksuele gemeenschap.
Symptomen
Veranderingen in de cellen van de baarmoederhals leiden in de eerste instantie niet tot klachten. Het eerste teken dat een vrouw zal bemerken is een ongebruikelijke bloederige afscheiding. Het hoeft niet altijd echt bloed te zijn. Als er alleen een klein beetje bloedverlies is, produceert dit een bruinige afscheiding. Soms zal een vrouw slechts enige bruine strepen bemerken.
In alle gevallen gaat het om bloedverlies buiten de normale menstruele cyclus:
- Derhalve kan bloedverlies optreden tijdens of valk na seksuele gemeenschap.
- Desondanks kan een contactbloeding ook optreden bij vrouwen die de pil gebruiken zonder dat afwijkingen aanwezig zijn.
- Bloeding of een bloederige afscheiding kunnen ook optreden tussen twee menstruatie in.
- Vrouwen die al de menopauze bereikt hebben, kunnen ook plotseling geconfronteerd worden met een bloeding. Dit wordt soms verward met een plotseling heroptreden van de menstruatie. Als, echter een vrouw niet heeft gemenstrueerd voor ongeveer een jaar, dan wordt zo'n bloeding niet beschouwd als een normale menstruatie.
Voor alle ongebruikelijke bloedingen is onderzoek door de huisarts nodig om uit te vinden wat er gebeurt. De huisarts zal een inwendig onderzoek verrichten en een cervixuitstrijkje afnemen.
Vroege opsporing
Door gebruik te maken van een cervixuitstrijkje kunnen veranderingen in de baarmoederhals opgespoord worden, voordat deze aanleiding geven tot klachten. Hierdoor is het cervixuitstrijkje een geschikte methode voor de vroege opsporing van cervixkanker.
Algemeen bevolkingsonderzoek
Tot voor kort werden vrouwen tussen 35 en 55 jaar opgeroepen om een keer per drie jaar een cervixuitstrijkje te laten verrichten bij hun huisarts. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het cervixuitstrijkje het meest zinvol is tussen de leeftijd van 30 en 60 jaar. Dit onderzoek liet ook zien dat de meeste afwijkingen op tijd werden opgespoord bij het verrichten van het onderzoek een keer in de vijf jaar. Natuurlijk moeten vrouwen met klachten het onderzoek eerder laten doen.
Nieuwe ontwikkelingen
Binnen het raamwerk van wetenschappelijk onderzoek is een test ontwikkeld, die het virus in het uitstrijkje laat zien. Momenteel wordt onderzoek voortgezet of vrouwen bij wie het virus is gevonden vaker moeten worden gecontroleerd. Ook zal onderzoek testen of vrouwen zonder het virus minder vaak gecontroleerd kunnen worden. Dit onderzoek is nog niet geschikt voor gebruik op grote schaal, zoals bevolkingsonderzoek.
Het cervixuitstrijkje
Voordat het onderzoek wordt gedaan, zal uw huisarts een paar vragen stellen, zoals:
- Gebruikt u anticonceptie? Zo ja, welke (pil, condoom, spiraal, pessarium, prikpil)?
- Heeft u nog een regelmatige cyclus? Zo ja, wanneer wat de laatste menstruatie?
- Heeft u kinderen? Zo ja, hoeveel?
- Heeft u last van enig onregelmatig bloedverlies uit de vagina:
- tussen menstruaties in;
- tijdens of na seksuele gemeenschap;
- heeft u geen menstruaties gehad langer dan een jaar?
Zelfs een kleine hoeveelheid bloedverlies - soms niet meer dan een bruine afscheiding - zijn de moeite waard te melden.
Al deze punten spelen een rol bij de beoordeling van het cervixuitstrijkje. Daarom wordt dit bij u nagevraagd.
Het onderzoek
Om een cervixuitstrijkje af te laten nemen, moet u op een onderzoeksbank liggen. U houdt uw benen gebogen en lat uw voeten rusten op de bank. Sommige artsen hebben een onderzoeksbank met speciale beensteunen.
Om de cervix goed te kunnen zien, is het nodig om de vagina iets verder te openen. Dit wordt gedaan met gebruik van een metaal of plastic instrument genaamd speculum. Het lijkt een beetje als een eendenbek. Eerst wordt het speculum onder een lauwwarme kraan gehouden, zodat het niet zo koud is om in te brengen. Daarna wordt het instrument voorzichtig ingebracht, nog steeds gesloten, in de vagina. Dan wordt het speculum langzaam geopend. Op deze manier kan de cervix gemakkelijk gezien worden. Nu is het mogelijk om een cervixuitstrijkje af te nemen. Dit wordt gedaan met gebruik van een houten spatel, soms wordt een klein borsteltje gebruikt. De punt van de spatel wordt in de cervix geplaatst en dan volledig gedraaid. Op deze wijze worden wat slijm en cellen vanuit de cervix geschraapt.
Het slijm wordt op een glasplaatje uitgestreken, vandaar de term uitstrijkje. Dan wordt er bijna altijd een vloeistof over gesproeid, fixatievloeistof genoemd, om het cervixuitstrijkje beter te bewaren; dit wordt fixatie genoemd.
Het onderzoek is dan afgelopen. Het speculum wordt gesloten en uit de vagina verwijderd.
Over het geheel is het afnemen van het cervixuitstrijkje pijnloos. Het is handig om rekening te houden met de volgende punten:
- Het onderzoek is gemakkelijker uit te voeren als de blaas leeg is en uw buik ontspannen is.
- Het verwijderen van het speculum kan een misselijk gevoel teweeg brengen.
- Als u geen (of zelden) seksuele gemeenschap heeft gehad, dan moet u dit zeggen wanneer u dit onderzoek heeft. Dan zal een smaller speculum worden gebruikt.
- Op deze wijze kan het onderzoek ook worden uitgevoerd bij vrouwen met een nauwere vagina. Soms kan er naderhand wat bloedverlies zijn. Dit heeft echter niets te betekenen.
Laboratorium
Het glasplaatje met het cervixuitstrijkje wordt samen met uw gegevens naar een laboratorium gestuurd. Daar wordt het bekeken onder een microscoop. De cellen in het cervixuitstrijkje laten zien of de cervix gezond is of dat er afwijkingen zijn. Als afwijkende cellen gevonden worden, betekent het niet altijd dat er kanker is. Een kortdurende infectie kan ook abnormale cellen geven. Over het algemeen duurt het enige weken, voordat het resultaat bekend is. Als het cervixuitstrijkje gedaan is, vraag dan aan uw arts wanneer u kan opbellen voor het resultaat.
Herhaling van het cervixuitstrijkje
Soms moet een cervixuitstrijkje over worden gedaan. Dit betekent niet automatisch dat iets ernstig gevonden is. Het is ook mogelijk, dat het eerste uitstrijkje niet goed is uitgevoerd. Bijvoorbeeld als er te weinig cellen zijn in het uitgestreken slijm, dan kan het uitstrijkje niet goed worden beoordeeld. Ook als er een beetje bloed in het uitstrijkje zit, dan is een tweede uitstrijkje soms nodig. Daarom is het beter om het cervixuitstrijkje niet te laten doen als u een menstruatie heeft. Als een cervixuitstrijkje binneneen korte tijd herhaald moet worden, kunt u altijd vragen waarom dat nodig is.
Het resultaat
Het verrichten en beoordelen van het cervixuitstrijkje is een onderzoeksmethode, die voor het eerst werd toegepast door Dr. Papanicolaou. Het cervixuitstrijkje heet ook PAP onderzoek, naar hem vernoemd. De methode van beoordeling, die nu wordt gebruikt om over een cervixuitstrijkje een uitspraak te doen, wordt de KOPAC-B classificatie genoemd. De KOPAC-B classificatie wordt in het laboratorium gebruikt om gedetailleerd de veranderingen in de cellen van de cervix aan te geven. Derhalve staat de letter 'P' voor squameus celepitheel, een soort cellen die aanwezig zijn in het uitstrijkje. De letter 'Ó' staat voor infectie.
Bij het resultaat van het uitstrijkje worden de veranderingen in de cellen aangeduid met de nummers 1 tot 9. Nummer 1 geeft aan dat er geen abnormale cellen gevonden zijn gevonden. Hoe hoger het nummer, des te groter is het aantal afwijkingen dat in de cellen van het uitstrijkje is gevonden. Zoals eerder gezegd, betekent dit niet altijd dat er kanker is. Afwijkingen kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een infectie of een nog geen kwaadaardig voorstadium.
Controle advies
Met het resultaat wordt ook controle advies gegeven over het hebben van een volgend uitstrijkje of de patiënt wordt verwezen naar een gynaecoloog voor nader onderzoek:
KOPAC-P1 - Herhaling van het uitstrijkje over 5 jaar
KOPAC-P2. 3 and 4 - Met deze resultaten wordt een herhaling van het uitstrijkje aanbevolen na 6 maanden:
Als deze herhaling weer afwijkend is, dan zal het uitstrijkje worden herhaald na 1 jaar. Als dit herhaalde uitstrijkje abnormaal is, dan volgt een verwijzing naar een gynaecoloog voor nader onderzoek.
KOPAC-P5,6,7,8 and 9 - Met deze resultaten is onderzoek en (enige) behandeling door een gynaecoloog dringend nodig. Normaal zal weefselonderzoek nodig zijn om de diagnose vast te stellen.
Kosten
Als een cervixuitstrijkje nodig is, omdat u bepaalde klachten heeft dan zal het onderzoek worden betaald door het ziekenfonds. Vergoeding door een particuliere verzekeringsbedrijf zal afhangen van de voorwaarden van uw verzekering.
Als vrouwen het cervixuitstrijkje hebben laten afnemen door de huisarts binnen het bevolkingsonderzoek, dan zullen geen kosten aan het onderzoek verbonden zijn. De kosten worden betaald door de overheid.
Als u geen klachten heeft en jonger of ouder bent dan de vastgestelde leeftijdsgrenzen voor het bevolkingsonderzoek en toch wilt dat een cervixuitstrijkje wordt afgenomen, dan moet u erop rekenen dat u zelf de kosten moet betalen.
Aangezien er vaak wijzingen ingevoerd worden binnen het vergoedingensysteem, is het aan te bevelen om de meest recente informatie van uw verzekeringsbedrijf te krijgen.
Behandeling van een afwijkend stadium
Als het laboratorium als resultaat aangeeft dat een voorstadium van kanker mogelijk aanwezig is, dan is nader onderzoek door een gynaecoloog nodig. Deze specialist begint altijd met het uitvoeren van een inwendig onderzoek. Hij voelt of er afwijkingen zijn in de vorm en grootte van de organen in het kleine bekken. Met behulp van een colposcoop, een speciaal soort vergrotende microscoop, zal de specialist de binnenkant van de baarmoeder onderzoeken. Dit wordt colposcopisch onderzoek genoemd. Als een voorstadium van kanker wordt opgespoord, dan kan de specialist een locale behandeling uitvoeren. Er zijn een aantal manieren om een voorstadium van kanker te behandelen.
Cryobehandeling
Deze methode vernietigt het aangedane weefsel door het te bevriezen. Een verdoving is niet nodig. Ziekenhuisopname is niet nodig voor deze behandeling.
Laserbehandeling
Tegenwoordig wordt een voorstadium van cervixkanker soms behandeld met gebruik van laserstralen. Deze stralen vernietigen het aangedane weefsel. Verdoving is niet nodig, evenmin een verblijf in het ziekenhuis.
Locaal uitsnijden
Het lokaal uitsnijden is een behandeling waarbij alleen het aangedane weefsel wordt verwijderd. De behandeling wordt gewoonlijk poliklinisch uitgevoerd; locale verdoving kan nodig zijn. Het weefsel dat onder colposcopisch onderzoek in beeld wordt gebracht, wordt geschraapt van de oppervlakte van de cervix onder locale verdoving. U zou dit kunnen vergelijken met het vervellen van de huid. De arts gebruikt een diathermische lus. Deze elektrisch verhitte draad brandt ook de kleine bloedvaatjes van deze zeer oppervlakkige wond dicht.
Conisatie
Deze behandeling bestaat uit een kleine operatie, waarbij het aangedane weefsel wordt verwijderd; het allerbovenste deel van de cervix wordt weggesneden. Het verwijderde gedeelte heeft de vorm van een kegel. De uterus blijft intact. Voor deze kleine operatie moet de patiënt een paar dagen in het ziekenhuis doorbrengen. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele narcose of met epidurale verdoving om het onderste deel van het lichaam te verdoven.
Herhaling van uitstrijkje
Patiënten die een van de bovenstaande operaties hebben ondergaan moeten jaarlijks gecontroleerd worden door middel van een cervixuitstrijkje.
Verwijdering van de baarmoeder
Soms zal de gynaecoloog voorstellen dat de patiënt met een voorstadium van kanker de hele baarmoeder moet laten verwijderen. Dit kan het geval zijn, als een vrouw zeker is dat ze geen kinderen meer wil en degenen die last hebben van klachten, zoals hevig bloedverlies tijdens de menstruatie.
Minder kans op kanker
Door het cervixuitstrijkje regelmatig te laten uitvoeren, kunnen veranderingen mogelijk eerder worden opgespoord. Vroege opsporing van cervixkanker verhoogt de kans op genezing. Het is zeker even zo belangrijk om uw risico op kanker zoveel mogelijk te beperken. Hoe u uzelf kunt helpen met preventie is aangegeven in de eerst zes aanbevelingen van de 'Europese code tegen kanker'. De laatste vier aanbevelingen vatten samen hoe u kunt helpen om kanker vroeg te ontdekken.
De Europese code tegen kanker.
De hieronder aangegeven aanbevelingen zijn goed voor uw gezondheid. Bovendien helpen deze het risico op een aantal vormen van kanker te beperken.
1.
Rook niet. Rokers stop zo snel mogelijk. Tabaksrook is ook schadelijk voor niet rokers, dus rook niet in hun aanwezigheid. Niet-rokers begin er niet aan.
2. Drink bier, wijn of andere alcoholische dranken alleen bij matig gebruik.
3. Eet voldoende fruit en groenten elke dag. Eet regelmatig producten met een hoog vezelgehalte (graan).
4. Vermijd overgewicht, wees er zeker van dat u voldoende lichaamsbeweging heeft en gebruik producten met een laag vetgehalte.
5. Vermijd teveel zonlicht. (Dit geldt ook voor ultraviolette straling van zonnebanken). Let op dat kinderen niet door de zon verbranden.
6. Houd u aan de regels die zijn bedoeld ter preventie van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen of die bedoeld zijn om het risico te beperken.
Hoe eerder kanker ontdekt wordt, des te beter kan het worden behandeld.
7.
Ga altijd op doktersbezoek (zelfs als u geen pijn heeft):
- als een abces of wond niet geneest (ook als het in uw mond is);
- als moedervlekken veranderen van grootte, vorm of kleur;
- als u abnormaal bloedverlies heeft;
-
als u een knobbel of zwelling ontdekt.
- 8.
Ga naar uw arts als de klachten blijven (dat is als ze langer dan vier weken aanhouden) zoals:
- heesheid of een kou
- onverklaard gewichtsverlies
- verandering van stoelgang of tijdens plassen.
Voor vrouwen:
9.
Laat het cervixuitstrijkje regelmatig uitvoeren. Als u opgeroepen wordt voor het bevolkingsonderzoek, neem deel aan de screening. (Vrouwen tussen 30 en 60 jaar oud worden elke vijf jaar opgeroepen).
10.
Controleer elke maand uw borsten. Als u ouder dan 50 jaar bent, neem deel aan het bevolkingsonderzoek voor borstkanker.
De Europese code tegen kanker is opgesteld door kanker experts vanuit vijftien landen van de Europese Unie (EU). Deze maakt deel uit van het EU campagneprogramma 'Europa tegen kanker'. Het doel van deze campagne is het verminderen van het te verwachten aantal doden aan kanker in de EU landen.
Heeft u vragen?
Als u vragen heeft na het lezen hiervan, bewaar deze niet voor uzelf. Persoonlijke en algemene vragen kunt u het beste met uw huisarts bespreken.
|