Menopauze/overgang onderwerpen
Overgangsjaren en postmenop.
Kwaliteit van leven
Osteoporose
Hartvaatziekten
Oncologie
Huid & zintuigen
Seks & seksualiteit
Psychologische symptomen
Lopende studies
Congressen
Verenigingen
Links
Neem contact met ons op
|
Psychologische Symptomen
Auteur:
A. R. Genazzani
Gynaecologist - Project Coordinator
Herziene versie: 21/02/2003
Overgangsklachten
De vroege klachten zijn het gevolg van de functionele wijziging optredend in het
centrale zenuwstelsel (CZS), dat gecorreleerd is aan een sterke daling van
oestrogeenspiegels. In het latere deel van de overgang is er het begin van
degeneratieve veranderingen betrekking hebbend op oestrogeengevoelig weefsel/orgaan,
dat klinische duidelijk wordt na jaren. Een deel van de postmenopauzale vrouwen
ervaren deze symptomen, dat een groot fysiek en psychologisch ongemak kan geven.
Sommige van deze klachten kunnen voorbijgaand zijn. De opvliegers en psychische klachten
verminderen langzaam gedurende de jaren en kunnen worden geaccepteerd. De belangrijkste
gevolgen voor de gezondheid van postmenopauzale vrouwen zijn verbonden aan de lange termijn
effecten van oestrogeentekort, zoals verlaagde botmassa, gestoord vetgehalte in bloed en
vermindering van de hersenfunctie.
Opvliegers
Dit is de klacht, waaraan 65-80% van de vrouwen in de overgangsjaren leidt en
vertegenwoordigt het typische verschijnsel van de overgang; uitdrukking van
een klinische wijziging van het hypothalamische warmteregulerende centrum. De
opvliegers kunnen enkele minuten duren of meer dan een uur. De opvliegers wordt
in het algemeen gemeld als een plotseling voorbijgaand gevoel variërend van warmte
tot intense hitte dat zich verspreidt over het lichaam, met name op borst,
gezicht en hoof, typisch begeleid door opvlieging, transpiratie, sterk zweten en
vaak gevolgd door rilling. Een van de grootste klachten van vrouwen met opvliegers
is, dat hun slaap onderbroken wordt met gevolgen voor de stemming. Sterk zweten
tijdens de opvlieger is een van de andere meest hinderlijke klachten; het kan een
schaamte zijn vooral tijdens werk of bij andere sociale omstandigheden. Echter,
de hormonen kunnen deze hinderlijke klacht behandelen.
Slaapstoornissen
De slaapstoornis is te wijten aan het begin van de opvliegers in de nacht, maar ze
kunnen de gevolgen van psychologische problemen vertegenwoordigen, die
gecorreleerd zijn aan een verandering van sociale rol in de postmenopauzale periode.
Echter, dit soort uitingen zijn vaker gecorreleerd aan het veranderde warmteregulerende
evenwicht.
Psychologische klachten
Irritatie, depressie en angst zijn uitingen die vaak beginnen in de overgang.
Steroïden zijn zeker betrokken in de regulatie, wijziging en werking van het CZS
geheugenstimulerende vermogen en de concentratie. De verlaagde oestrogeen
bloedspiegel bepaalt de wijziging van het neuroendocriene (CZS en hormonen) systeem,
dat de hersenfunctie (stemming en gedrag) reguleert. Het merendeel van de meest
recente studie levert er bewijs voor, dat de psychologische problemen, die tijdens
de overgang optreden sterk gecorreleerd zijn aan het oestrogeentekort.
Na de menopauze wijzen sommige vrouwen op een verminderde zin in seks en minder
frequente gemeenschap. Anderen kunnen een voordeel van deze situatie hebben, omdat
de overgang hen bevrijdt van ongewenste zwangerschap. Echter de meeste vrouwen doen
geen melding van een verandering van seksueel functioneren en zin in seks.
Tijdens de postmenopauzale periode kan het seksuele gedrag beïnvloed zijn door
objectieve problemen, zoals vaginale droogheid, pijn bij coïtus of door
psychologische en sociale verwikkelingen. De maatschappij, waarin de postmenopauzale
vrouw leeft en de godsdienst regelt, dat de waarneming door de vrouw sterk het seksuele
gedrag van de postmenopauzale vrouw kan beïnvloeden b.v. gekoppelde seksuele activiteit
enkel aan het doel van zwangerschap en niet persé met het plezier. Hierdoor moet de vrouw
weten, dat de oplossing van urogenitale klachten dient te worden ondersteund met
psychologische hulp.
CZS
Oestrogenen beïnvloeden vele biologische processen, die plaats vinden in het CZS
zoals aanmaak van neurotransmitters (chemische stoffen) en afgifte, neuronale
elasticiteit, functionele organisatie en ontwikkeling van de hersenen, gedrag en
cognitieve functies etc. De daling van de oestrogeenspiegel hangt samen met
vernietigende effecten, die niet alleen beperkt blijven tot die gebieden van de
hersenen betrokken bij seksuele differentiatie en functie. Ondanks dit bewijs is
de rol en het belang van oestrogenen op de hersenfunctie van de mens grotendeels
genegeerd door de vrouw en vaak door de arts. Een juiste hormoonbehandeling kan
deze problemen oplossen en het CZS behoeden voor de effecten van veroudering.
Ziekte van Alzheimer
De ziekte van Alzheimer (AD) is een degeneratief ziektebeeld van het CZS, dat de
cognitieve en gedragsfuncties vermindert. Na het 65e jaar is de frequentie van AD
twee-drie keer groter bij vrouwen dan bij mannen. Zo'n 30-50% van de vrouwen boven
85 jaar leiden aan AD. Zeker is dat leeftijd, familieanamnese en schedeltrauma zijn
wereldwijd bekende risicofactoren, maar bij postmenopauzale vrouwen lijkt oestrogeengebrek
een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van AD. Aangezien oestrogeentekort
een risicofactor is, die kan worden gecorrigeerd, beschermt een vroege behandeling met
hormonen tegen de degeneratieve verandering, die leidt tot het begin van klinische AD.
Geslachtsverschillen voor depressie
Auteur: PHD Mary C. Blehar, MD. Dan A. Oren
National Institute of Mental Health
Herziene Versie: 21/02/2003
Samenvatting: Naast de bij herhaling bevestigde bevinding dat het aantal gediagnosticeerde vrouwen met stemmingsstoornissen ver uitstijgt boven het aantal mannen, bestaat een zeer gevarieerde hoeveelheid hypothesen die de veronderstelde oorzaken, incidentie, symptomen en comorbiditeit vanuit verschillende perspectieven probeert te verklaren. Verschillende complexe factoren hebben echter verhinderd te bestuderen waarom vrouwen zo gevoelig zijn voor depressie. Dit artikel onderzoekt de problemen die gepaard gaan met het bestuderen van affectieve stoornissen bij vrouwen en bekijken de huidige hypothetische modellen van de etiologie en pathofysiologie van depressie en de potentiële relevantie van dit ongeproportioneerde aantal vrouwen met unipolaire depressie. Het verband van depressie tussen biologische fasen van het leven van de vrouw en de verschillen in aanleg tussen mannen en vrouwen worden beschreven en de potentiële sociale, psychologische en omgevingsfactoren die in het bijzonder de ontwikkeling van depressie bij vrouwen kunnen ontwikkelen worden besproken
Menopauze
Ondanks eerdere klinische veronderstellingen dat de menopauze geassocieerd is met meer depressie, is er nu overwegend bewijs dat het climacterium niet is geassocieerd met een verhoogd risico op affectieve episoden. De incidentie- of recidiefcijfers van stemmingsstoornissen dalen in feite bij vrouwen na de menopauze en stijgen bij mannen bij het ouder worden, zodat de geslachtsverschillen van stemmingsstoornissen minder worden bij ouderen. Zulke trends zijn meer consistent met psychiatrische modellen die depressie verbinden aan psychosociaal gevoelige factoren dan aan simpele biologische modellen waarbij oestrogeen tekort wordt gekoppeld aan depressie. Desalniettemin is er in de perimenopauzale periode, gedefinieerd 1 of 2 jaar direct voorafgaand aan het stoppen van de menstruatie, een piek van gedeprimeerde stemming, verstoorde slaap en somatische klachten. Bovendien is gedeprimeerde stemming geassocieerd aan een lange perimenopauze, maar dit neemt af bij de menopauze.
De National Comorbidity Survey, waarin een cohort mannen tussen 45 en 54 jaar oud werden geïnterviewd, liet ook zien dat het aantal binnen 12 maanden recidiverende depressieve syndromen hoger is bij vrouwen dan bij mannen tijdens deze periode, die verband houdt met de perimenopauze bij de vrouw en de jaren rond de menopauze. De relatie van recidiverende stemmingsstoornissen tot hormonale veranderingen of ingrijpende gebeurtenissen in deze periode, kan echter met deze studie niet worden ingeschat.
In onderzoeken over stemmingsstoornissen bij vrouwen die een reproductieve overgang en hormonale veranderingen ondergaan, kan een tendens om individuele depressieve symptomen gelijk te stellen aan een klinische depressie het effect hebben van vermeerdering van de verscheidenheid aan etiologische subtypen onder de rubriek depressie zodat de heterogeniteit zelfs groter lijkt dan dat deze is. Er is ook een tendens geweest om de hormonale biologische variabelen te onderzoeken met relatieve exclusie van psychologische variabelen of zelfs slaapdeprivatie, hetgeen de kwetsbaarheid kan veranderen. De research laat overwegend zien dat directe hormoon/stemming relaties niet gevonden worden.
|